Webshop

Ik en keramiek

Waar mogelijk doe ik alles zelf. Ik draai mijn eigen vormen en (indien ik dat wil) maak daar mallen van die ik gebruik als drukmal. Het liefste werk ik met draaiklei omdat je deze strak en glad kan afwerken. Soms kies ik juist voor een klei met chamotte want daarmee kan ik hele andere texturen creëren. Porselein gebruik ik niet vaak want die droogt snel, krimpt veel meer en is erg gevoelig voor vervorming tijdens het bakken.

Ik hou er niet van om steeds hetzelfde te maken en probeer dus zoveel mogelijk te spelen met vorm en textuur.

Keramiek

Keramiek is in te delen in 3 hoofdcategorieen te weten “aardewerk”, “steengoed” en “porselein”. Porselein is een vorm van steengoed maar wordt toch als een apparte categorie gezien. Binnen deze 3 categorieen zijn er veel technieken, soorten, merken en afwerkingen te vinden.

Het verschil tussen aardewerk en steengoed zit vooral in de baktemperatuur. Steengoed wordt op een hogere temperatuur gebakken waardoor de kleideeltjes dichter op elkaar komen te liggen. Het gevolg is dat steengoed harder/sterker is en ook waterdicht.

Alle keramiek kan prima buiten staan maar dient bij vorst droog te staan (overdekt). Water dat bevriest zet uit en die kracht kan zo sterk zijn dat het ijs de keramiek kapot duwt.

Verschillende technieken

Algemeen

Na het drogen kan de klei desgewenst geschuurd worden. Bakken kan op verschillende manieren en in verschillende soorten ovens. Ik maak gebruik van een elektrische keramiek oven. Het werkstuk wordt, in principe, eerst biscuit gebakken (tussen de 900 °C en 1040 °C). Dan wordt de glazuur aangebracht die de eindtemperatuur bepaald (aardewerk tussen de 1000°C en de 1080°C, steengoed tussen de 1180°C en de 1300°C)

Gieten

Een vloeibare klei wordt in een mal van gips gegoten. De klei droogt van buiten naar binnen en er ontstaat een wand die droog is terwijl de klei binnenin nog vloeibaar is. Zodra je tevreden bent over de dikte van de wand, giet je de overige klei eruit. Dan laat je de vorm verder drogen tot hij loslaat van de gipsen mal.

Persmal

Met een machine wordt vrij droge klei in een mal geperst. Deze mallen hebben een binnen en een buitenvorm zodat altijd precies dezelfde wanddikte verkregen wordt.

Draaien

Op een schijf die ronddraait, vorm je met je handen de klei. Als je een vorm hebt gedraaid, kun je desgewenst ook draai ijzers of ander gereedschap gebruiken om de vorm te veranderen of om bijv een structuur aan te brengen. Als de klei een tijdje heeft kunnen drogen (leerhard is), kan het werkstuk afgedraaid worden. Ook in dit stadium kan er structuur aangebracht worden en kan de vorm nog behoorlijk veranderd worden.

Drukmal

In een mal van gips worden stukjes klei gedrukt. Je bepaald zo meteen hoe dik de wand moet zijn. Zodra de klei loslaat van de mal, kan de vorm worden veranderd en/of kan er klei toegevoegd en weggehaald worden.

Handvormen

De klei wordt met de hand gevormd. Meestal word er gebruik gemaakt van allerlei hulpmiddelen zoals spatels, mes, boetseerijzers etc.

Soorten klei

Gietklei

Vloeibare klei die minder sterk is na het bakken

Draaiklei

Gladde soepele klei.

Chamotte klei

Chamotte is klei die eerst biscuit gebakken is en dan vermalen. De chamotte wordt aan de klei toegevoegd en zorgt voor meer stevigheid tijdens het maken van een werkstuk.  Er is grove en fijne chamotte klei. De grove chamotte wordt meestal gebruikt bij grotere werkstukken.

Porselein

Een speciale, zeer witte kleisoort die in kneedbare alsmede in gietbare vorm te krijgen is. Deze klei is veel gevoeliger voor vervormen tijdens het bakproces dan andere kleisoorten.

Webshop

Over schilderen

De doeken die ik gebruik hebben een brede rand van 41mm (ook wel 3D doeken genoemd). Het doek komt zo mooi naar voren en dat vind ik interessanter dan een lijst om het doek. Het doek is van 100% linnen met een 3-laags gesso.

De verf die ik gebruik is vooral de Lascaux artist acrylverf. Deze verf blijft mooi van kleur, ook als je kleuren mengt, en hij werkt lekker. Soms zoek ik een specifieke kleur die ik in het Lascaux assortiment dan niet vind. Liquitex heeft vaak prachtige kleuren en werkt zeker zo fijn.

Eerst zoek ik een afbeelding op internet die mij inspireert en boeit, dan bepaal ik hoe het op het doek moet komen en ga ik aan de slag. Ik werk laag over laag tot ik helemaal tevreden ben.

In het begin zijn de verschillen heel snel zichtbaar en naarmate het doek vordert, worden de details steeds belangrijker.

Een paar stappen in het maakproces

     

 

Kumoo (knuffelbeest)

Als enorme knuffelbeesten-fan, ben ik een aantal jaren geleden de uitdaging aangegaan om de perfecte knuffel te maken. Ik ontdekte Kumihimo vlechten (een Japanse vlechttechniek)En vond deze techniek geweldig voor de benen en armen. Na een hoop knutselen met papier, ben ik met badstof aan de gang gegaan en Kumoo was geboren.

Voor de grote Kumoo ben ik nog niet de juiste pluche tegen gekomen. De kleine maak ik van een superzachte kortharige stof. Iedere Kumoo is uniek. Er is niet veel keuze in kleuren voor het lijfje maar die kleuren combineer ik dan met andere kleuren zodat iedere Kumoo anders wordt. Ik besteed veel tijd aan het zoeken naar de perfecte materialen in de juiste kleuren. Ik probeer zoveel mogelijk verschillende structuren en stofjes te gebruiken, omdat ik dat het leukste vind.

Stappen

 

  • Haken en breien van lapjes
  • Op alle stofjes en lapjes komt strijkvliseline voor extra stevigheid.
  • Patroondelen op de lapjes tekenen.
  • Waar nodig, zigzaggen (het enige dat ik op de machine doe).
  • Lapjes aan elkaar naaien (met de hand).
  • Vormen de onderdelen een goed geheel? (meestal maak ik een handje, voetje ofzo opnieuw)
  • Benen en armen vlechten.
  • Alles in elkaar zetten.
  • Oogjes plaatsen (glasoogjes).
  • Eventueel assesoires maken (broekje, bloemetje).

Op bestelling

Door mijn perfectionisme, ben ik erg langzaam met naaien en breien. Gemiddeld ben ik met een grootte Kumoo 70 uur bezig en met een kleine 25 (exclusief zoeken naar materialen). Daarom maak ik GEEN Kumoo op bestelling. Ik maak ze echt voor mijn plezier, het is mijn kindje.

 

 

 

 Stenen slijpen

Een aantal jaren geleden kwam ik via mijn zussen in contact met Peter en Gentiana van De Steenarend (link naar hun site: Steenarend). Daar worden cursussen gegeven in het slijpen van stenen. In eerste instantie leek me dat niet zo leuk, maar toen ik plaatsnam achter de slijpmachine, was er weer een nieuwe passie geboren.

Ze geven les in cabochon slijpen, faceteren, en carven

Cabochon slijpen

Foto: ambachtendesign-slijpen-1 en 2 en 3

Bij deze vorm van slijpen werk je op machines met meerdere banden naast elkaar. Iedere band heeft een andere grofheid. De eerste opzet doe je op de grofste band en zo ga je stapsgewijs alle banden af tot de vorm helemaal goed is.
Eerst leer je hoe je in stappen een mooie ronde bolvorm slijpt. Daarna volgt een ovaal. Dan volgt oefenen en vrije vormen maken.

Faceteren

Foto: ambachtendesign-slijpen-4 en 5

Er wordt wat meer geduld en precisie van je gevraagd bij deze slijptechniek. Je kiest een schema uit (de vorm die je wilt slijpen). Zo’n schema lijkt heel ingewikkeld maar blijkt al snel heel eenvoudig te zijn. Ook hier start je met een grove schijf maar deze ligt horizontaal. Je slijpt eerst de ene kant van de steen en pas als die helemaal af is, slijp je de andere kant. De sprankeling is afhankelijk van de steensoort en de vorm waarin je hem geslepen hebt.

Carven

Foto: ambachtendesign-slijpen-6 en 7 (carvenmachine….nog foto van maken)

Op deze manier heb je alle vrijheid in vormgeving. Een deel van het slijpwerk kun je op de gewone slijpmachine doen. Daarna werk je verder met de carf-machine of de dremel.

preloader